Luisteren naar schoolgebouwen
BNA Onderzoek heeft een studie uitgevoerd naar het presteren van onderwijsgebouwen in de praktijk. Hoe doet een school het werkelijk een aantal jaren na de oplevering? Strookt het gebruik met de verwachtingen die ooit geformuleerd zijn het programma van eisen? Zijn de beheerkosten volgens verwachting? En voelen docenten en leerlingen zich op hun plek?
Om hier achter te komen is integraal naar het functioneren van tien schoolgebouwen gekeken. Een onderzoeksteam - bestaande uit BBA Binnenmilieu, ICS adviseurs en twee architectuurpublicisten - werkte samen met de architecten van de scholen aan een breed opgezet onderzoek naar binnenklimaat, licht, akoestiek, beheerkosten, gebruik, flexibiliteit en zintuiglijke ervaring. Hiervoor zijn duurmetingen uitgevoerd in de scholen, hebben de docenten enquêtes ingevuld en zijn door participerende observatie de ‘verhalen achter de cijfers’ achterhaald.
Het verloop van het onderzoek
In mei 2010 is uit een reeks ingezonden scholen een selectie van tien scholen gemaakt. Deze scholen zijn geselecteerd op basis van de volgende criteria: tussen 3 en 5 jaar in gebruik, school voor basisonderwijs, brede school of VO.
BBA Binnenmilieu verrichtte vervolgens duurmetingen (met klimaboxen die een week lang werden geplaatst) en handmetingen van lichtsterkte, CO2-gehalte en temperatuur. Daarnaast werden docenten en werknemers van de school gevraagd mee te doen aan een online enquête, die was gericht op de tevredenheid met het binnenklimaat.
De architecten vulden samen met installatieadviseurs, aannemers en schoolbesturen een uitgebreide vragenlijst in waarin gegevens over bouw- en exploitatiekosten, kosten voor onderhoud, schoonmaak maar ook energierekeningen werden opgenomen. Deze gegevens waren de basis voor de kostenanalyse die ICS adviseurs doorvoerde.
Het architectonisch onderzoek door de publicisten vond plaatst in het najaar van 2010. Dolf Broekhuizen en Ton Verstegen bezochten de tien scholen en probeerden door observatie en gesprekken de ‘verhalen achter de meetgegevens’ te achterhalen.
Het afsluitende artikel is zo ingestoken dat er geen oordelen worden geveld maar relaties inzichtelijk worden gemaakt. De tien deelnemende scholen zijn om die reden ook geanonimiseerd.
Conclusies
- Ideaal en werkelijkheid van grote open ruimten verschillen. De grote atria bijvoorbeeld die de scholen willen hebben en architecten graag ontwerpen, zijn voor de gebruikers niet altijd even aantrekkelijk. Er zijn grenzen aan meervoudig gebruik als bijvoorbeeld de akoestische beperkingen de overhand krijgen.
- ‘Luisteren naar schoolgebouwen’ toont aan dat enkele jaren na oplevering het binnenmilieu in een deel van de onderzochte gebouwen nog te wensen overlaat. Interessant zijn de details van de bevindingen van de gebruikers. Zo scoorde het merendeel van de scholen wat betreft de CO2-concentratie gemiddeld ‘goed’ tot ‘zeer goed’. Het klimaat wordt echter door de gebruikers als slechter ervaren dan uit de metingen naar voren komt. Dit kan er aan liggen dat CO2 maar één aspect van binnenklimaat is. In scholen waar de gebruikers invloed hebben op het binnenklimaat – door bijvoorbeeld simpelweg een raam te kunnen openen – wordt het klimaat als beter ervaren.
- Meer en duurdere installaties zijn geen garantie voor een goed binnenmilieu. Ook is er geen aantoonbare relatie tussen de hoogte van de investeringen in installaties en een lagere EPC.
Betrokken bij dit project zijn: Gert Grosfeld (GSG Architecten), Atze Boerstra, Froukje van Dijken en Sarah Juricic (BBA Binnenmilieu), Rop Krist (ICS Adviseurs), Ton Verstegen en Dolf Broekhuizen.
